Navigeren met het hart; hoe ziet mbo-onderwijs er volgens de leiders in 2027 uit?

Navigeren met het hart Blijven Leren

Een belangrijk deel van onze maatschappij begeeft zich in het mbo. Met 500.000 studenten, 55.000 personeelsleden én 230.000 betrokken bedrijven staat het mbo midden in de steeds veranderende wereld. Het boek Navigeren met het hart van Coen Pots raad ik je van harte aan. Coen is op zoek gegaan naar wie de leiders van het mbo zijn en waar ze voor staan. Wat hem betreft bepalen deze leiders sterk hoe er in het mbo voorgesorteerd wordt op de toekomst. In zijn boek vraagt hij de leiders hoe ze gevormd zijn en wat dat voor invloed heeft op hun (onderwijs)visie. Ook bespreekt hij met ze wat zij belangrijk vinden in het mbo-onderwijs van nu en wat er volgens hen zal veranderen in het mbo-onderwijs tot 2027.

In dit artikel vertel ik wat meer over mezelf, zodat je weet hoe ik gevormd ben en wat dat voor effect heeft op mijn docentschap. Daarnaast beschrijf ik in vogelvlucht de inhoud van het boek ‘Navigeren met het hart’. Lees door tot onderaan het artikel, want daar mag ik nog wat leuks met jullie delen.

Ter introductie

“Het is mijn persoonlijke overtuiging dat de manier van voorsorteren op de toekomst – met alle vraagtekens daarbij – sterk is verbonden aan wie de leiders van het mbo als mens zijn en waar ze voor staan. Door de leiders van het mbo en hun overwegingen beter te leren kennen, is er volgens mij extra reden om vertrouwen te hebben in de ontwikkelingen van het mbo, maar ook om te weten welke thema’s extra aandacht moeten krijgen”. – Coen Pots

Shauna, hoe ben jij gevormd?

Ik ben de jongste van drie kinderen. Ik ben opgegroeid met twee oudere broers. Als ik het in het kort samenvat, zeg ik vaak: “Ik kom uit een mannenhuishouden”. Bij ons is het normaal dat je hard werkt, ik heb niet anders om mij heen gezien. Klagen is er bij ons niet bij, althans… We klagen wel, maar niet zonder er ook voor te zorgen dat problemen worden opgelost.

Hard werken en resultaten behalen worden positief gewaardeerd. Niet altijd expliciet, maar dat voel je gewoon. Ook is er in ons gezin veel ruimte voor het gesprek met elkaar. Hierbij mag het soms wat knetteren, we zijn vrij direct. De intentie is in ieder geval altijd goed en dat weten we van elkaar.

Ik speelde veel buiten

Vroeger speelde ik veel buiten. Voetballen, tennissen, sprinkhanen vangen. We hadden altijd iets te doen of we zorgden dat er wat te beleven viel. Laatst nog had ik het erover met mijn vriend, omdat ik het tegenwoordig niet veel meer zie. Als het droog was gingen wij met alle kinderen uit de buurt oorlogje spelen door van die papieren pijltjes door buizen te schieten. Als het regende zaten we binnen om pijltjes te vouwen voor als het weer droog was.

Spelen deden we dus veel en als ik eraan terugdenk valt mij op dat ik dat bijna altijd deed met de jongens uit de buurt. Het was voor mij normaal om elke dag met hen en mijn broers op te trekken. Ik deed elke dag weer ontzettend hard mijn best met voetbal zodat ik – en dat duurde weken – eindelijk mee mocht doen met ‘de grote jongens’.

Wat ik leerde bij karate, op straat en op het veld

Dat doorzetten en oefenen met voetbal resulteerde erin dat ik ontzettend goed werd als voetbalster. Eerder was ik ook vaardig geworden in karate, een sport die ik ook kopieerde van mijn broers. Daar stopte ik mee toen ik actiever ben gaan voetballen. Toen ik voetbalde voor een club werd ik al snel gescout om te komen voetballen voor de KNVB. Ik kwam te spelen bij meisjes onder 12 en werd gevraagd door een coach of ik mee wilde doen met een groot straatvoetbaltoernooi. Onder de naam ‘Westenwind’ versloegen we veel teams en werden we derde van Nederland. De laatste rondes speelden we op de Dam. Als ik eraan terug denk ben ik weer trots; al die pers en al die toeschouwers…

Bij karate leerde ik over discipline en om te focussen. Op straat en op het veld leerde ik om samen te werken en om in te schatten waar de krachten van mijn teamgenoten lagen. Niet altijd was ik de beste en vaak had ik de anderen nodig, wel kreeg ik veel complimenten. Al die complimenten leidden er uiteindelijk toe dat ik verwaand werd.

Dat uitte zich schreeuwend op het veld naar de coach. Ik wilde dan bijvoorbeeld niet halverwege de wedstrijd in de spits gaan spelen, want mijn plek was rechtsbuiten. Daar had ik de ruimte om te sprinten. Waar ik niet bij stil stond, was dat er ook meiden waren die elke week op de bank zaten. Mijn coach leerde mij op een heldere manier dat ik dankbaar moest zijn dat ik überhaupt iedere week in de basis stond. Zij liet mij inzien dat ik mijn plek moest kennen.

Een moeilijke tijd op de middelbare school

Op de middelbare school stopte ik met voetballen, want ik kreeg andere interesses. Het ging ook fysiek een stuk minder. Ik kreeg pfeiffer en viel enorm af. Achter mijn rug om werden vervelende dingen gezegd; zo zou ik misschien wel anorexia hebben. Dat was zeker niet het geval. Die tijd was voor mij erg lastig, want er gebeurde een hoop. Er waren ook veel zaken waar ik geen controle over had en dat trok ik slecht. Voor mijn gevoel heeft die tijd heel erg lang geduurd. Een aantal vriendinnen waren er altijd, ook als ik onaardig was. Dat zal ik nooit vergeten.

In die tijd heb ik gevoeld hoe belangrijk het is om een luisterend oor te hebben. Iemand die zoveel om je geeft, dat ze zelfs je nare gedrag even laat gaan. Ik zag de waarde in van een vriendin die mij in mijn gezicht de waarheid vertelde. De wereld draaide niet alleen maar om mij; iedereen had eigen problemen waar ze mee moesten dealen. De steun die ik toen van vriendinnen kreeg, betekende heel veel voor mij.

Op school waren veel docenten het vertrouwen in mij verloren. ‘Natuurlijk’ liet ik op school mijn ware aard niet zien en droeg ik een masker. Mijn problemen zou ik zelf wel oplossen, dat had ik immers altijd geleerd. Beter gezegd: die verwachting had ik mezelf opgelegd. Nadat ik in leerjaar 2  had gedoubleerd en in leerjaar 3 weer niet goed genoeg functioneerde was het dan zo ver; een groot deel van het docententeam wilde dat ik naar het vmbo ging. Wat voelde ik me miskent.

De drive om mijzelf te bewijzen

Naast dat het vmbo voor mij op dat moment het einde van de wereld betekende, had mijn onderpresteren niets te maken met mijn capaciteiten. Ik wilde absoluut niet naar een andere school; weg van mijn vriendinnen. Logisch was de beredenering van het team wel, want ik liet niet zien dat ik de havo aan kon. Zelfs toen ik van school zou moeten, sprak ik er niet over op school. Ik hield voor mezelf wat er speelde omdat mijn ego te groot was. Ik hield de schijn op dat het mij allemaal niet raakte.

Zeker weten doe ik het niet en de periode van toen is wat vaag in mijn herinnering, maar ik denk dat er destijds een docent voor mij is opgestaan. Ik mocht namelijk toch over (!) ondanks dat ik 4 onvoldoendes had. De kans om over te gaan heeft mij een enorme drive gegeven. Ik wilde iedereen laten zien dat ik het wél kon. En dat deed ik. Met gemak haalde ik mijn examens.

Ook tijdens de studie kwam ik mijzelf tegen

En dan nu in een stroomversnelling: Graag startte ik de opleiding sociologie aan de universiteit om vervolgens ‘coach ofzo’ te worden, maar daarvoor had ik eerst mijn propedeuse nodig van een hbo-opleiding. Ik deed een poging bij de opleiding geschiedenis, maar was (Jelle Jolles heeft mij later geleerd waarom) daar nog niet klaar voor. Toen ben ik de lerarenopleiding omgangskunde begonnen, waar ik ontdekte dat leren mij prima af ging. Mijn uitdaging lag meer in de interactie met de klas, het klassenmanagement, het overdragen van kennis bij verschillende doelgroepen.

De vierjarige opleiding heb ik afgerond. De weg naar dat diploma was wederom niet altijd even gemakkelijk, want vooral binnen mijn stages ben ik mijzelf enorm tegen gekomen. Inmiddels lukt het mij steeds beter om mijn middelbareschooltijd en de manier waarop ik nu nog steeds reageer op zaken te begrijpen. Ik weet nu hoe belangrijk het is om als docent achter het gedrag van de leerling te kijken. Door mijn ervaring zal ik altijd mijn best doen om te achterhalen wat maakt dat iemands resultaten even tegen vallen.

Wat ik meeneem als docent en persoon

Als persoon weet ik nu hoe belangrijk het is om echt naar iemand te luisteren, ook als iemand niet aardig voor je is. Misschien moet je dan nog wel meer luisteren. Ik heb ervaren hoe belangrijk discipline en doorzettingsvermogen zijn. Als ik mezelf toen mocht toespreken had ik gezegd dat ik moet vertrouwen in mezelf, want ik had het in me.

Nu ben ik op het punt dat ik de mooie basis die inmiddels gelegd is, verder kan gaan uitbouwen. Dat doe ik op Blijven Leren, voor de klas, in mijn privé. Bewust heb ik er onlangs voor gekozen om een dagje niet voor de klas te staan, maar ruimte te creëren voor andere inspiratie. Hierdoor kan ik de andere vier dagen met nog meer energie de docent zijn die ik graag zou willen zijn.

Hoe jij gevormd bent, heeft invloed

Dit is voor het eerst dat ik in een blog zoveel vertel over mezelf. Dat is wat het boek van Coen Pots bij mij opriep. Ik kreeg de behoefte om na te gaan wat mij heeft gevormd en wat voor invloed dat heeft op hoe ik werk als docent.

In zijn boek worden 15 leiders van het mbo geïnterviewd. Zij vertellen hoe zij gevormd zijn. Coen staat met ze stil bij wat voor invloed dat heeft gehad op hun loopbaan en hun visie. Vervolgens worden de leiders een aantal thema’s voorgelegd, waarvan ze mogen aangeven hoe ze daar tegenaan kijken in 2017. Ook wordt de vraag gesteld hoe ze aankijken tegen het onderwijs van het mbo in 2027. Het gaat hierbij niet over hun eigen organisatie, maar het mbo van Nederland.

De methode die Coen gebruikt, spreekt mij enorm aan. Naast dat je de personen beter leert kennen, begrijp ik waar hun visie vandaan komt. Zo geldt dat ook voor mij. Mijn levensvisie en onderwijsvisie zijn voortgekomen uit mijn ervaringen en interacties met anderen. Wat heeft mij geraakt, wat is mij bijgebleven? En vooral ook: Hoe neem je dat mee in je werkzaam leven?

De onwetendheid over het mbo

Voor anderen is dit wellicht een open deur. Ik realiseer mij na dit schrijven hoe een deel van de beeldvorming over het mbo tot stand gekomen is. Men wordt gevormd door opvoeding, door interactie met anderen en door wat er op het nieuws komt. Welk idee heb jij bij het mbo als jij zelf havist bent geweest en direct bent doorgestroomd naar het hbo? Of als je direct mocht doorstromen naar de universiteit? Voor mij was het destijds het einde van de wereld. Niet omdat het ging over het vmbo; ik moest een niveau lager gaan proberen want blijkbaar kon ik niet voltooien waar ik aan begonnen was. Op die manier kregen de school en de leerweg opeens een behoorlijk negatieve lading. Ik was als havist ook helemaal niet bekend met het vmbo en het mbo. Daar had ik nooit wat mee van doen.

Twee jaar terug werd ik als docent burgerschap geïnterviewd over politiek op het mbo. Gesteld werd dat mijn studenten daar geen interesse in zouden hebben. In de klas hadden we het erover en al snel werd duidelijk dat het helemaal niet waar is dat studenten daar geen interesse in hebben. Een student wist mij te vertellen dat hij de taal die gebruikt wordt in de politiek gewoon onnodig moeilijk vindt en dat hij zich daaraan ergert. Een bepaalde vorm van nuchterheid dus eigenlijk. De journalist wist mij te vertellen dat de politieke partijen veel minder aanvragen krijgen vanuit het mbo, dus dat daaruit blijkt dat die interesse er niet ligt. In het hbo vragen ze wel om gastlessen. Tot op de dag van vandaag betwijfel ik of dat een valide conclusie is. Misschien hebben docenten in het mbo wel andere redenen om minder contact op te nemen?

De opdracht van mbo-instellingen is groot

‘Mbo-instellingen leiden niet alleen op voor een vak of ze bereiden studenten niet alleen voor op het doorstuderen. De studenten moeten ook goede burgers zijn als ze school verlaten. In het huidige tijdsgewricht vereist dat een zeer grote flexibiliteit.’ Terecht benoemt Coen hier dat er een hoop op je af komt in het onderwijs. Inge Vossenaar beschrijft het heel mooi: ‘In het mbo is het kort op de bal spelen: alles wat in de samenleving gebeurt,
is in het mbo dubbel zo hard te voelen. Of het nou gaat om de economie waarin het slecht gaat met de bouw, vraagstukken rondom voeding of radicalisering. Eigenlijk zien we alle maatschappelijke vraagstukken, die sowieso in het onderwijs terugkomen, in het mbo nog eens uitvergroot terug’.

Thema’s die alle leiders aanhalen in gesprek over de toekomst van het mbo

Als werkvorm heeft Coen 36 hexagoonnetjes neergelegd met ieder een thema dat aansluit bij het mbo. Elke leider mag er 6 uitkiezen en daar meer over vertellen. Ook mochten ze zelf een thema inbrengen door een vraagteken in te zetten. Opvallend is dat er een aantal thema’s zijn die bijna alle leiders aanhalen als ze in gesprek gaan over de toekomst van het mbo.

Hierbij zet ik ze in het kort op een rijtje:

  • De student centraal
  • Een leven lang leren
  • Informeel leren
  • Bedrijf (regio of daarbuiten)
  • Comakership / samenwerking binnen de regio
  • De docent / coach
  • Portfolio

Scholen moeten zich meer open stellen

Coen beoogt met zijn boek om scholen zich meer open te laten stellen voor de kansen van het samenwerken met bedrijven in de regio vanuit het hart. Wat hem betreft moet dat diepgaander en beter. De bekostigingsstructuur staat daarbij zelfs in de weg. Deze is controleerbaar met een vaste geldstroom en veel ROC’s houden zich daar aan vast. De echte samenwerking met de velden begint met je kwetsbaar opstellen vanuit focus gericht op functionaliteit.

Voor een uitgebreide toelichting wil ik jullie graag verwijzen naar het boek ‘Navigeren met het hart’. De kern van het verhaal is dat het belangrijk is dat de student het uitgangspunt blijft voor het onderwijs. Studenten worden opgeleid voor banen die er in de toekomst wellicht niet meer zijn, het is dus belangrijk om een leven lang leren te stimuleren. Ook informeel leren zal volgens de leiders een steeds grotere rol gaan spelen.

Er liggen grote kansen in de samenwerking in de regio tussen organisaties (het werkveld) en scholen. De manier waarop de leiders deze samenwerking voor zich zien is verschillend. De docent zal naar verwachting een meer coachende rol krijgen; een rol waarbij pedagogisch en didactisch handelen erg belangrijk zijn. De vraag is of de wijze waarop nu gediplomeerd wordt nog passend is in 2027. Wellicht wordt er dan meer gekozen voor een portfolio?

Een leven lang (informeel) leren is een houding

Ik ben een groot voorstander van een leven lang informeel leren. Er liggen grote kansen in het opdoen van kennis, het opdoen van ervaringen en het opdoen van inspiratie door elkaar te ontmoeten. Belangrijke inzichten doe je in interactie met elkaar op. Mijn eigen ervaring op dat gebied is reeds beschreven. Ik geloof erin dat er beroepen zullen komen, waarvoor we je nu niet kunnen opleiden. Ik geloof er ook in dat je met een open, nieuwsgierige en gepassioneerde persoonlijkheid verdomde ver kunt komen in zo’n veranderende wereld.

Bedankt voor het lezen van dit artikel. Ik vind het leuk om een reactie van je te ontvangen.

Meer informatie

De leiders die Coen heeft geïnterviewd zijn:

  • Cor van Gerven, KW1C, locatie Den Bosch
  • Edo de Jaeger, ROC van Amsterdam/Flevoland, locatie A’dam
  • Frank van Hout, Friesland College, locatie Leeuwarden
  • Peter Vrancken, Da Vinci College, locatie Dordrecht
  • Rob Schuur, Noorderpoort, locatie Groningen
  • Ron Kooren, Albeda College, locatie Rotterdam
  • Willem de Potter, Hoornbeeck College, locatie Amersfoort
  • Ab Groen, Helicon Opleidingen, locatie Den Bosch
  • Annemarie Moons, Wellantcollege, locatie Den Haag
  • Fred van Vliet, Grafisch Lyceum Rotterdam, locatie Rotterdam
  • Ruud Rabelink, SintLucas, locatie Eindhoven
  • Ria van ’t Klooster, directeur NRTO, locatie Utrecht
  • Ton Heerts, voorzitter van de MBO Raad en duovoorzitter van de SBB, locatie Woerden
  • Inge Vossenaar, directeur mbo van het ministerie van OCW, locatie Den Haag
  • Walther Tibosch, bestuur Novadic-Kentron en voorheen SintLucas/MBO Raad, locatie Vught

Navigeren met het hart is als pre-order te koop voor €37,50 en hier aan te schaffen. Daar vind je ook meer informatie over de auteur Coen Pots.

Onderdeel worden van de Blijven Leren community?

Door mij te volgen op sociale media en je gratis te abonneren in de sidebar, kan je deel uit blijven maken van de Blijven Leren community. Wil je meer dan dat? Ik verzorg workshops & inspiratiesessies en ik ontwikkel lesbrieven en content voor de vo en mbo-docent. Hier vind je meer informatie.

2 reacties

  1. Adil Beantwoorden

    Hallo Shauna, Zeer boeiend om hierover te lezen en je teksten lezen lekker weg. Zou niet hebben gezegd dat je ooit doubleerde en een niveau zakte, misschien schat ik je te jong in. Goed te zien dat je sterker bent gekomen uit mindere periodes.

    Over een portfolio: is daar nu niet een eerste stap naar gezet met het lerarenregister? Een levenlang leren (of Blijven Leren, zo je wil) ook voor docenten.

    Groet
    Adil

  2. Shauna Beantwoorden

    Beste Adil, dank voor je reactie! Uiteindelijk ben ik een jaar blijven zitten en heb ik een half tussenjaar gehad omdat ik stopte met de opleiding geschiedenis. Achteraf kan ik die momenten meenemen als docent en dat is vaak een meerwaarde in de begeleiding. Het lerarenregister is zeker een tool om docenten te laten professionaliseren. Ook al zijn de meningen daar erg over verdeeld. Persoonlijk geniet ik van nieuwe inspiratie en vind ik het leuk om daarin studenten te laten zien dat ik ook blijf bijleren. Ik gun een hoop docenten de ruimte om dat ook te kunnen doen. En studenten gun ik docenten die met ze mee kan denken hoe ze hun portfolio kunnen uitbreiden en hoe ze op een voor hun fijne manier zichzelf kunnen ontplooien tot volwassenen en medewerkers met een (positief) lerende houding. Groet, Shauna

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *