Een aantal inzichten: Klaskit – Tools voor topleraren

klaskit tools voor topleraren

“Lesgeven kun je niet aan de hand van een checklist. Er is geen lijst van recepten die ervoor zorgt dat leerlingen dag na dag een geijkt stappenplan doorlopen en aan het eind van het schooljaar de juiste leerstof kunnen opdreunen. Niet alles werkt bij iedereen met hetzelfde resultaat of in dezelfde context. Maar dat betekent niet dat er geen hulpmiddelen zijn die impact hebben. Pedro De Bruyckere gaat in zijn boek “Klaskit – tools voor topleraren” op zoek naar methoden die echt werken. Hij onderzoekt in welke omstandigheden ze werken, voor welke doelgroep en waarom”. – De achterkant van het boek.

Goed zo, wees kritisch!

Gelukkig zijn een heleboel leraren die ik online tref kritisch. Ik deel al geruimde tijd artikelen op Blijven Leren en ik zit in verschillende Facebookgroepen. Met mij delen er nog veel meer mensen content in de groepen, waarover geregeld kritische vragen worden gesteld. Zelf deel ik lesideeën, deze zijn vaak multi-inzetbaar en daar maakt men toch zijn eigen ding van. Bepaalde semiwetenschappelijke stellingen, die je er ook terugziet, worden nog wel eens ter discussie gesteld. Ik vind dat goed. We leren onze leerlingen om zorgvuldig om te gaan met de overload aan informatie op het net, doen wij dat als leraren ook? Of volgen we de inhoud van een artikel omdat het logisch klinkt…

Naar mijn idee is het de verantwoordelijkheid van de professional om de achtergrond te weten van hij/zij doet voor de klas. Zelf is dat een van de redenen dat sinds september een master volg. Niet omdat ik nu maar wat doe, wel om nog zekerder te worden van wat ik doe en wat het effect ervan is. Dat zal mijn helpen om weer meer bewuster dingen in te zetten zodat het leerrendement weer verhoogt.

Dit boek werd mij getipt in de Facebookgroep van Blijven Leren. Ik ben er van de zomer aan begonnen en ik heb het boek in 2 dagen (!) uitgelezen. In dit artikel deel ik een aantal mooie inzichten uit het boek, maar zeker niet alles. Daarvoor verwijs ik je graag naar het boek. Ook zal ik een aantal eigen ervaringen delen, die aansluiten bij wat de onderzoekers hebben ontdekt.

Aansluiten bij voorkennis

klaskit tools voor toplerarenOp de lerarenopleiding wordt dit onder andere je bijzonder op het hart gedrukt: zorg ervoor dat je aansluit bij de voorkennis van de leerling. In het boek wordt de rol van het werkgeheugen beschreven als het gaat om het opslaan van nieuwe informatie. Geake omschrijft het werkgeheugen als een soort spamfilter. Als je nieuwe informatie te verwerken krijgt, zorgt deze spamfilter ervoor dat er een selectie gemaakt wordt van wat belangrijk is en wat minder belangrijk is.

De nieuwe informatie die aansluit bij iets wat al bekend is, wordt het best ingebed. Iets wat je niet herkent, zal meer moeite kosten om op te pikken. De spamfilter is ook een van de redenen waarom het goed is om het eerst met iets concreets of aanschouwelijks te komen, voordat je overstapt naar nieuwe inzichten of wanneer je bestaande inzichten wil uitbreiden.

Hoe pak je dat dan aan?

Het is niet gemakkelijk om in te schatten welke voorkennis je leerlingen hebben. Er zijn wel allerlei manieren om daar meer informatie over te verkrijgen. Denk aan testjes, werkvormen waarbij je de voorkennis ophaalt en ook kan je nagaan wat ‘alle leerlingen mee zouden moeten hebben gemaakt’ zodat je dat kunt meenemen in je uitleg. Klassikaal werkt dit ook weer anders dan wanneer je iemand een-op-een gaat begeleiden.

Activerende werkvormen

In mijn lessen maak ik gebruik van activerende werkvormen waarbij ik mijn studenten antwoorden laat opschrijven over de leerstof van de periode, zonder dat ik ze daar al informatie over heb gegeven. Ik voeg vrijwel altijd een vraag toe waarbij de studenten een eigen voorbeeld moeten geven ergens over. Door dat per persoon te laten doen, kan je meteen zien wie het voorbeeld wel heeft en wie niet. Om het veilig te maken, licht ik toe dat het niet raar is als ze ergens nog niets of weinig van weten, omdat dat juist is waar we aan gaan werken deze periode!

Gezamenlijke gebeurtenissen

Daarnaast maak ik gebruik van gezamenlijke gebeurtenissen, waarvan ik weet dat iedereen ze heeft meegemaakt. Een voorbeeld: Ik grijp bijvoorbeeld terug naar de introductieweek en analyseer met ze hoe daar dingen waren georganiseerd, zodat we dat kunnen meenemen als we een klassenuitje willen organiseren. Of ik leg aan de hand van een eerdere gebeurtenis uit wat de meerwaarde is van een duidelijke structuur van een presentatie. Daarbij durf ik eerlijk en kwetsbaar te zijn. Dus als ik een keer de plank misgeslagen heb bij de klas, neem ik dat als voorbeeld om van daaruit met hen te onderzoeken wat beter was geweest.

Persoonlijke situatie van de student

Bij een-op-een begeleiding neem ik concrete situaties uit de beroepspraktijkvorming mee om daar nieuwe kennis aan op te hangen. Dan herinner ik de student bijvoorbeeld aan wat er gebeurd is in een bepaalde situatie en sta ik stil met de student bij welke andere handeling wijs was geweest. Of  ik neem de eerdere ervaring mee en dan plak ik die op eenzelfde soort situatie waar hij/zij nu niet uitkomt.

De vakkennis van de docent

Zelf werk ik in het mbo en daar is kennis van de beroepspraktijk essentieel… Toch? Hoe kan je anders je studenten leren om een goed beroepsbeoefenaar te worden? Persoonlijk voelde ik me een stuk competenter als docent nadat ik verschillende stagebezoeken en docentstages had gelopen in het werkveld. Het heeft mij geholpen om beter verbanden te kunnen leggen tussen de leerstof en de praktijk van de student. Eigenlijk heeft het mij dus geholpen om beter bij de voorkennis van de student aan te sluiten zoals hierboven beschreven staat.

Professor Daniel Muijs stelde op een ResearchED in Amsterdam het volgende: “Er is geen simpel, lineair verband tussen de kennis die een leerkracht heeft en hoe goed de leerlingen leren”. John Hattie stelde vast dat vakkennis van de leerkracht slechts een zeer klein effect noteert op het leren van de leerling. Zij hebben niet gezegd, dat vakkennis niet belangrijk is, het heeft alleen geen lineair verband. Pedro De Bruyckere beschrijft het volgende: “Ik ben zeker dat je wellicht een expert aan het woord hoorde van wie je dacht: man, die is slim, spijtig genoeg begrijp ik er geen woord van. De vraag is dan maar hoeveel je van die expert geleerd hebt”. Het gaat om de vertaler-tolkfunctie van leerkrachten, die is zo belangrijk. Om dat te kunnen doen heb je als leerkracht ook voldoende vakkennis nodig.

Het is belangrijk voor orde en voor een goede relatie

Ik vind het mooi dat Pedro in het boek aanhaalt hoe belangrijk vakkennis is voor je klassenmanagement. Het is namelijk zo dat als je niet zeker bent over de lesstof die je gaat geven, dat je onvoldoende concentratie hebt op waar je mee bezig bent. Zoals hij schrijft: “De mentale bandbreedte die je kunt gebruiken om aan orde houden in je klas te werken, wordt op dat ogenblik ingenomen door onzekerheid over je eigen kennen en kunnen”.

De vraag van Pedro’s promotieonderzoek was: “Wat zorgt ervoor dat een leerkracht als authentiek ervaren wordt?” Er werden verschillende criteria gevonden. De studenten gaven aan het volgende te verwachten:

  • Passie; voor je vak leven zonder een vakidioot te zijn
  • Uniciteit; je lessen kunnen aanpassen aan de leerlingen van verschillende klassen
  • Afstand en nabijheid; geen vrienden zijn maar wel interesse tonen
  • Vakkennis; het gaat hier om de vertaler-tolkfunctie.

Docentstages en professionalisering van je vak

De kans is aannemelijk dat naast het opdoen van ervaring en het hebben van veel successen, ook mijn docentstages hebben bijgedragen aan het orde houden in de klas. Het klopt dat ik eerder vakinhoudelijke lessen spannend vond, omdat ik de vakinhoud van een Sociaal Werker niet goed kende. Nu ik dat beter weet en ik verbanden kan leggen in mijn lessen omdat ik weet hoe dat zit, heb ik ruimte om de klas erbij te houden en ‘gewoon les te geven’. Ook heb ik veel literatuur gelezen wat mij heeft doen experimenteren in mijn lessen op het gebied van didactiek. Ik kan nu steeds beter aansluiten bij verschillende typen studenten en bij verschillende klassen. Dat geeft mij rust.

Wanneer is vakkennis een probleem

Het laatste onderdeel van het hoofdstuk over vakkennis, gaat over het moment waarop vakkennis het leren kan hinderen. Erg interessant wat mij betreft. Pedro vraagt ons of we deze uitspraak herkennen: “Ik heb het gevoel dat mijn leerlingen/studenten elk jaar dommer worden”. Een dergelijke uitspraak kan duiden op ‘The curse of knowledge’.

Wat houdt dat precies in? The curse of knowledge wordt als volgt uitgelegd: “Een voorbeeld van een cognitieve bias waarbij je als je spreekt met een andere persoon, je er onbewust van uitgaat dat deze dezelfde achtergrond heeft als jij en dus automatisch begrijpt wat jij aan het vertellen bent. Of zoals Carl Wieman het omschrijft: ‘It is the idea that when you know something, it is extremely difficult to think about it from the perspective of someone who does not know it’.

Vrij vertaald: “Er gaat iets fout in het vertaler-tolk zijn, terwijl dit misschien vroeger niet het geval was”. In het boek wordt aangegeven dat als jij dit ervaart, het misschien het perfecte moment is om een ander vak te gaan geven of in een ander jaar les te geven.

Hoe meer je moet denken, hoe meer je leert

John Sweller heeft de cognitive load theory ontwikkeld, deze theorie gaat terug tot het werk van G.A. Miller in de jaren 50. De theorie gaat over situaties waarin je het gevoel hebt dat je brein vol zit, het moment waarop je afhaakt omdat ‘er niets meer blijft hangen’. Pedro beschrijft dat hij in 2010 Dylan William leerde kennen via de BBC-documentaire The Classroom Experiment. In zijn wetenschappelijk werk rond formative assessment zitten verschillende aanpakken die draaien rond het belang van je leerlingen of studenten te doen denken, of beter om ervoor te zorgen dat ze allemaal blijven denken. William stelt dat je als leerkracht liever geen vingers wil zien, je kunt beter een ander systeem bedenken waarbij er random een keuze wordt gemaakt.

klaskit tools voor topleraren
Problem solving en Problem based learning

In het boek wordt beschreven dat het misschien een idee is om leerlingen uitdagende problemen voor te schotelen. Dat is zo, maar er zijn wel een hoop maren. Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen problem solving en problem based learning (theorie van Barrett). Dat is belangrijk omdat het leereffect van beide enorm kan verschillen. Voor meer informatie over deze twee vormen van leren, bekijk de afbeelding.

Het is niet allebei goed voor het opbouwen van nieuwe kennis. Daarnaast is jouw probleem niet per se het probleem van de leerling en is het belangrijk dat het probleem aansluit bij waar de leerling zich bevindt in het leerproces. Dat is niet gemakkelijk.

Denken is niet zomaar leren

Ik waardeer ook dat Pedro in zijn boek beschrijft dat denken niet zomaar leren is. Het kan daarnaast ook zo zijn dat leerlingen zichzelf verkeerde dingen aanleren, tijdens het problem based learning bijvoorbeeld. Daarnaast kan het zijn dat zelfs een heel gemotiveerd kind stopt met leren vanwege een soort cognitieve overload. Het leren stopt:

  • Als het te moeilijk is en je te weinig voorkennis hebt
  • Als je niet goed kunt omgaan met stress
  • Bij onrealistische verwachtingen
  • Bij slechte instructie, slecht onderwijs, slecht leermateriaal
  • Bij slechte leeromstandigheden
  • Bij schrik door evaluatie

Studenten in de denkstand zetten

In mijn lessen probeer ik op verschillende manieren studenten in de denkstand te zetten. Bijvoorbeeld door ze individueel aanspreekbaar te maken (uit de theorie van samenwerkend leren van Ebbens). Door een vorm te kiezen waarbij iedereen op elk moment de beurt kan krijgen of iedereen een antwoord moet inleveren, zorg je ervoor dat iedereen in de denkstand gaat. Dat kan door middel van post-its, door middel van een eigen blaadje waar ze iets op moeten schrijven of een persoonlijke bijdrage in een interactieve tool (zoals Padlet) op het bord. Wat hierbij helpt is om studenten tijdens een werkvorm ‘denktijd’ te geven. Zo heeft iedereen de tijd om daadwerkelijk een antwoord op te schrijven en na te gaan wat ze ergens van weten. De namenkiezer is een leuke tool voor als je willekeurig iemand wil aanwijzen voor een klassikale terugkoppeling.

Wanneer studenten niet leren

Ik vind een van de moeilijkste dingen van het lesgeven: inschatten of studenten daadwerkelijk wat geleerd hebben. Natuurlijk zie je wel de groei bij een student en je ziet resultaten terug. Er zijn echter zoveel factoren van invloed op leren, dat het lastig is om te bepalen wat echt heeft bijgedragen aan de leeropbrengst. Het is wel eens voorgekomen dat ik een periode een vak gaf aan een klas waarbij ik het programma afdraaide zoals het er lag. Dat kon toen niet anders in verband met tijdgebrek. Zelf had ik wel de lessen ingericht en voor bepaalde werkvormen gekozen die binnen de mogelijkheden die er waren, passend waren bij de klas. Na het afnemen van de toets ontdekte ik dat studenten de lesstof op veel fronten totaal niet begrepen hadden.

Wat ik merkte tijdens het evalueren

Bij het evalueren merkte ik op dat veel studenten niet hadden geleerd, dat heeft invloed gehad op de resulaten. Wat ik weet is dat ik onvoldoende tijd heb gehad om goed aan te sluiten bij de voorkennis van de klas. Er moest veel theorie behandeld worden op een tijdstip op de dag en in de week waarop ‘de hoofden vol zaten’. Er was door de veelvoud aan stof weinig tijd voor herhaling.

Ik heb getracht succesvol bij de klas aan te sluiten door veel theorie te koppelen aan herkenbare situaties waarbij de studenten een beeld konden vormen. Dat beeld heeft geholpen om het op te slaan, want die theorie hebben ze aardig opgepikt. Ook heb ik wekelijks teruggekoppeld, ik denk alleen op de verkeerde manier. Verder was heel duidelijk dat studenten de begrippen niet goed begrepen, waardoor de toepassing lastig is. Als jullie de Taxonomie van Bloom kennen, weet je dat je niet zomaar naar een ‘hogere orde’ kunt springen. Ondanks dat ik wel tijd heb geschonken aan het tekstbegrip, heeft het toch onvoldoende bijgedragen.

Hoe ik het de volgende periode heb opgepakt

Diezelfde klas gaf ik een periode daarna weer les over een nieuw thema. Dit thema behelste ten eerste een stuk minder informatie, wat het behapbaarder maakte. Daarnaast had ik deze periode gekozen voor terugkoppelingsmanieren waarbij iedereen in de denkstand stond. Dat betekent veel activerende werkvormen waarbij ik de leerstof telkens herhaalde. Ook heb ik gebruik gemaakt van een gastdocent die goed kon vertellen hoe de theorie er in de praktijk uit ziet. Een aantal studenten van mij hadden een bepaalde link met de doelgroep die werd behandeld waardoor ze de informatie gemakkelijker hebben kunnen opslaan. Deze periode heeft iedereen die ook de lessen gevolgd heeft, de toets in een keer gehaald.

Ik geloof erin dat de studenten in de eerste periode afgehaakt zijn omdat het te veel en te lastig was. Als leerkracht voelde de opgave ook als te hoog gegrepen. Nu weet ik dat ik andere keuzes zal maken in het vervolg. Ook als dat betekent dat de leerstof over meer weken uitgesmeerd moet worden. Als dat binnen het team en het curriculum mogelijk is, want dat is vaak de volgende uitdaging.

En nu?

Zoals ik schreef heb ik het boek in 2 dagen uitgelezen. Dat kwam puur voort uit enthousiasme. Ik herkende zoveel van wat ik dagelijks doe in mijn lessen! Eigenlijk doe je dit boek tekort als je het op die manier behandeld. Mijn advies zou zijn om het boek eerst volledig door te lezen en vervolgens stapsgewijs nogmaals te doorlopen wat je interesse trekt.

Het onderwerp dat je interesseert kan een onderwerp zijn waarvan jij het belangrijk vindt, het kan zijn dat je het om een bepaalde reden boeiend vindt en natuurlijk kan het ook zo zijn dat je merkt dat je daar de grootste verbetering uit kunt halen voor je eigen onderwijspraktijk. Laat mij even weten hoe het je vergaat en hoe jij met dit boekt werkt. Vind ik heel leuk om te weten, want dat werkt bij iedereen anders.

Nu rest mij alleen nog om te vertellen dat ik een selectie heb gemaakt uit de hoofdstukken, het boek biedt nog veel meer interessante informatie en je kunt het boek hier aanschaffen.

Heb jij het boek Klaskit al gelezen? Welke theorieën volg jij voor in je onderwijspraktijk? Zijn die evidence-based of evidence-informed? Wat wil jij uitproberen naar aanleiding van dit artikel? Heb jij nog goede leestip voor ons? Laat het ons weten in de reacties.

Onderdeel worden van de Blijven Leren community?

Door mij te volgen op sociale media en je gratis te abonneren in de sidebar, kan je deel uit blijven maken van de Blijven Leren community. Wil je meer dan dat? Ik verzorg workshops & inspiratiesessies en ik ontwikkel lesbrieven en content voor de vo en mbo-docent. Hier vind je meer informatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *