Flipping the classroom in het HBO

Flipping the Classroom Blijven Leren

Op Blijven Leren deel ik verhalen van inspirerende onderwijscollega’s. Vandaag deel ik met jullie een artikel dat geschreven is door Don Zuiderman. Als docent ICT & Onderwijs bij de Hogeschool Utrecht werkt Don met Flipping the Classroom. Hij zal in het artikel beschrijven wat het is, hoe hij ermee werkt en ook wat studenten erover zeggen. Wil je weten wat Flipping the Classroom is en hoe je dat kunt inzetten binnen jouw onderwijs? Lees dan verder!

‘Wie kan de belangrijkste multimediaprincipes volgens Richard Mayer uitleggen?’ Het is maandagochtend, vijf over elf. Een paar minuten geleden kwam klas 1B, een groep van 23 eerstejaars Pabo-studenten nog bruisend binnen. Maar nu het werkcollege een paar minuten oud is, blijft het ijzig stil in het lokaal. De meeste studenten staren naar het digibord. Een enkele studente lijkt hard na te denken.

‘Als voorbereiding op dit werkcollege moest je mijn korte video bekijken over de cognitieve multimediatheorie… Wie heeft de video bekeken?’  vraag ik aan de hele klas.  Drie studenten steken voorzichtig hun hand op.

‘Goed,’ ga ik rustig verder. ‘Wat weten jullie er nog van?’

Even blijft het stil. Ik kijk de drie studenten die hun hand opstaken verwachtingsvol aan. Tenslotte begint één van drie enigszins ongemakkelijk uit te leggen: ‘Eigenlijk niet zo veel meer, meneer. Ik heb ‘m vorige week wel bekeken, maar ik ben het nu weer vergeten.’

‘Het was wel een hele leuke video,’ voegt haar vriendin snel toe.

Ik zucht. ‘Okee… Mayers cognitieve multimediatheorie stelt dat…’ begin ik mijn uitleg.

Sinds 2010 ben ik docent ICT & Onderwijs aan de Pabo van Hogeschool Utrecht. Bovenstaande casus illustreert op komische, maar ook authentieke wijze, hoe een aantal jaar geleden mijn werkcollege over digibordsoftware begon. Ik probeerde mijn werkcolleges vorm te geven vanuit de ideeën over flipping the classroom. Ik had mij daarvoor flink verdiept in de theorie over flipping the classroom van Jon Bergmann en Aaron Sams. Deze twee scheikundeleraren op een middelbare school in Colorado Verenigde Staten zijn in het onderwijs bekend geworden als grondleggers van flipping the classroom.

Wat is een flipped classroom?

Flipped Classroom Blijven Leren

Bergmann en Sams liepen tegen een heel praktisch probleem aan: tijdens hun lessen legden ze complexe scheikundetheorie uit aan middelbare scholieren. Thuis moesten deze scholieren hun huiswerk maken, maar kwamen daar vaak niet zelf uit. Ook bereidwillige ouders vonden de lesstof vaak te lastig om goed te kunnen helpen. Leerlingen kwamen de volgende dag op school, zonder dat ze de theorie en het huiswerk goed begrepen. Vervolgens kregen ze op school nieuwe theorie aangereikt met nieuwe huiswerkopdrachten. En deze cyclus bleef zich zo herhalen.

Elke leerkracht zal deze situatie waarschijnlijk herkennen, maar tegelijkertijd beamen dat dit een zeer onwenselijke situatie is. Bergmann en Sams besloten om de inhoud van deze cyclus om te draaien (te flippen). Zij maakten video-opnames van hun theorie die leerlingen thuis moesten bestuderen, zodat ze de volgende dag in het lokaal hun huiswerk konden maken onder de deskundige begeleiding van hun scheikundeleraar. Deze verandering leidde niet alleen tot positieve reacties, maar ook daadwerkelijk hogere toetsresultaten aan het eind van het schooljaar.

De flipped classroom is een didactisch model waarin de inhouden van kennisoverdracht en kennisconstructie qua fysieke locatie zijn omgedraaid. Leerlingen bestuderen thuis door middel van (korte) video’s de theorie en tijdens de fysieke contacttijd in het lokaal is er gelegenheid om te oefenen, projecten uit te voeren of discussies te voeren.

Natuurlijk is deze werkwijze niet beperkt tot het hanteren van video’s. Kennisoverdracht kan ook uitstekend door middel van een boek of audio-opnames plaatsvinden. Het gaat in essentie om kritisch nadenken over de ideale invulling van de fysieke contacttijd met leerlingen.

Wat is het dat je het liefste zou doen?

Het idee klinkt wellicht heel eenvoudig: draai de inhouden van kennisoverdracht en kennisconstructie om, maar deze keuze heeft vergaande onderwijskundige gevolgen. Want de essentiële vraag is: ‘Wat is het dat je het liefste zou doen?’

Ik heb, als docent in het HBO, niet veel contacttijd met studenten. Soms heb ik in een cursus van tien weken slechts drie werkcolleges. Dat betekent dat deze contacttijd kostbaar is. Hoe wil ik die tijd besteden? Wil ik continu aan het woord zijn, bijvoorbeeld door theoretische modellen uit te leggen of inspirerende voorbeelden te tonen? Of wil ik juist dat studenten (technische) vaardigheden oefenen? Of wil ik studenten specifieke werkvormen laten ervaren? Of misschien hen met elkaar discussie laten voeren?

Kortom, wat is voor mijn vakgebied zo essentieel dat juist dit het beste tijdens onze contacttijd gedaan moet worden? Elke leerkracht zal die vraag op een andere manier beantwoorden. Hieronder ga ik in op mijn bevindingen van de afgelopen drie jaar.

Wat werkt(e) niet?

In eerste instantie instantie wilde ik niet langer tijdens werkcolleges alleen theorie uitleggen, dat leek mij zonde van de tijd. Ik zag het maken van korte video’s als een handige tijdwinst. Dit leidde tot een verzameling van 25 kennisclips waarin ik een theoretisch model uitleg, zoals het TPACK model, Blooms taxonomie, 21st century skills en nog veel meer. Het hele overzicht staat als een afspeellijst op Youtube.

Als studenten nu voorafgaand aan een werkcollege één of twee van mijn video’s zouden kijken, dan kon ik tijdens het werkcollege andere activiteiten doen. Maar wat dan precies? In elk geval niet de inhoud van de video’s herhalen! Het moest een activerende didactiek zijn, praktisch aan de slag gaan met de theorie. Met veel enthousiasme ging ik aan de slag met het ontwerpen van actieve werkvormen voor tijdens mijn werkcolleges. Zeer tevreden over mijn ideeën, ontving ik de klassen in mijn werkcolleges.

Maar toen bleek al gauw dat de meeste studenten de voorbereiding niet hadden gedaan. Of zich niet meer herinnerden waar de video’s over gingen. Ze konden hierdoor eigenlijk niet aan de slag met de opdrachten die ik had bedacht voor in het werkcollege, want eerst moest alsnog de theorie worden behandeld. Dit leidde bij mij voor enige frustratie en studenten hadden het gevoel naar een slecht werkcollege te zijn geweest… Het zorgde er in elk geval niet voor dat zij zich beter gingen voorbereiden.

Wat werkt beter?

Vorig studiejaar heb ik samen met een collega, Gerard Dummer, onder diverse studentgroepen geëvalueerd en geïnventariseerd wat hun behoefte is van een werkcollege. Wat blijkt? Studenten zijn over het algemeen behoorlijk traditioneel ingesteld. Het merendeel vindt het heerlijk om in de les te luisteren naar de docent. Zij zitten zeker niet te wachten op (louter) online colleges, maar willen juist van de docent horen hoe bepaalde theorieën werken en daarover direct vragen kunnen stellen. Een combinatie van kennisoverdracht én kennisconstructie lijkt hen een mooie combinatie voor een werkcollege.

Daarnaast is puur het bekijken van een video ontoereikend als voorbereiding. Ook de tijd van de student is kostbaar. Wanneer een voorbereiding te omvangrijk is, of het nut van de voorbereiding is onduidelijk, of de voorbereiding komt op geen enkele wijze terug in het werkcollege, dan haken studenten al snel af.

Vorig jaar heeft één van mijn collega’s, Jeanet Visser, onderzoek gedaan naar het optimaliseren van de voorbereiding bij flipping the classroom. De doelgroep van haar masteronderzoek was onze specifieke opleiding zelf, dus haar bevindingen zijn direct toepasbaar voor mijn eigen werkcolleges. Samen hebben we gekeken naar mogelijke verbeteringen in de voorbereiding die ik aan studenten vraag. Visser geeft een aantal algemene vuistregels bij het ontwerpen van de voorbereiding:

  • De voorbereiding is voorwaardelijk voor het kunnen deelnemen aan het werkcollege.
    (mocht de student het niet hebben gedaan, dan maakt de student tijdens het werkcollege alsnog de voorbereiding voordat hij verder mee kan doen…)
  • De voorbereidende opdracht duurt niet te lang (ongeveer vijftien minuten).
  • De voorbereiding sluit expliciet aan bij de lesdoelen van het werkcollege.
  • De resultaten van de voorbereiding zijn meetbaar.
  • De resultaten zijn inzichtelijk voor zowel docent als medestudenten.

Met behulp van bovenstaande vuistregels en mijn eerder opgedane ervaringen heb ik dit studiejaar mijn onderwijs voor eerstejaars studenten anders georganiseerd. Nog steeds vraag ik studenten om vooraf één of twee video’s te kijken, maar nu gekoppeld aan een concrete opdracht of een formatieve quiz. Ik kan dit het beste uitleggen aan de hand van drie voorbeelden.

Casus blok 1: Maak een blog aan

Blog Blijven Leren

Eerstejaars studenten volgen in blok 1 de cursus Kunstvaardig, waarin ze opdrachten voor Beeldend, Drama en Muziek uitvoeren. Deze opdrachten presenteren ze in een persoonlijk weblog. Vanuit ICT bied ik onder andere ondersteuning bij het opzetten en inrichten van dit weblog. Voorgaande jaren maakten studenten in het eerste ICT werkcollege hun weblog aan. Dit resulteerde in een chaotisch werkcollege, omdat ik vooral bezig was om bij meerdere studenten technische ondersteuning te bieden. Bovendien waren sommige studenten in tien minuten klaar, terwijl anderen na een uur nog geen weblog hadden opgezet. Het was voor mij erg lastig om op deze wijze te differentiëren.

Dit jaar maken studenten als voorbereidende opdracht reeds thuis hun weblog aan en ze publiceren een eerste kennismakingsbericht. Ter ondersteuning kunnen ze diverse video’s en handreikingen gebruiken. Ze leveren hun voorbereiding in door de URL naar hun weblog in een gezamenlijke Google Spreadsheet te plaatsen. Alle technische vaardigheden zijn daarmee buiten het werkcollege geplaatst. Studenten kunnen in eigen tempo en naar eigen inzicht aan deze opdracht werken.

In het werkcollege is er vervolgens ruimte om elkaars weblogs te bekijken en inhoudelijke feedback te geven. Bovendien is er nu tijd om in te gaan op gerelateerde onderwerpen, zoals auteursrecht, privacy-instellingen en bloggen als werkvorm in het (basis)onderwijs.

Casus blok 2: Gebruik digibordsoftware

Beamer Blijven Leren

In het tweede blok ontwerpen studenten een instructie voor rekenen. Bij ICT leren ze hoe ze digibordsoftware kunnen gebruiken waarin zij hun instructie moeten ontwerpen. Voorgaande jaren leerden ze deze software in het werkcollege gebruiken. Dit resulteerde, wederom, in chaotische werkcolleges, door dezelfde omstandigheden als bij het aanmaken van een weblog (zie hierboven).

Dit jaar ontwerpen studenten als voorbereidende opdracht reeds thuis in de digibordsoftware een eerste presentatie, waarin ze zichzelf kort voorstellen. Ook nu kunnen ze instructievideo’s gebruiken om de opdracht uit te kunnen voeren en moeten ze hun voorbereiding vooraf inleveren in een Google Spreadsheet. Op deze wijze leren ze vóór het werkcollege al alle basisfunctionaliteit van de digibordsoftware kennen en is er in het werkcollege zelf ruimte om elkaars werk te bekijken en evalueren. Daarnaast is er gelegenheid om relevante theoretische inzichten te koppelen aan de onderwijskundige opdracht, zoals digibordgebruik volgens Beauchamps en de cognitieve multimediatheorie van Mayer.

Casus blok 3: Videobewerking

Videobewerking Blijven Leren

In het derde blok werken studenten ontzettend veel met video en videobewerking. Zo moeten ze onder andere een videoverslag inleveren waarin ze ingaan op de taal-, muziek- en mediaontwikkeling van jonge kinderen. Voorgaande jaren oefenden studenten met videobewerkingssoftware tijdens het werkcollege. Dit was een regelrechte ramp. Computers liepen vast, netwerken werden overbelast en studenten gingen zwaar gefrustreerd uit het werkcollege naar huis.

Dit jaar monteren studenten als voorbereidende opdracht drie korte video’s aan elkaar tot één eindproduct. Ze leren hierbij alle benodigde technische vaardigheden en kunnen in hun eigen tempo werken. In de beschrijving van de voorbereiding staan instructievideo’s om hen te ondersteunen. Ze leveren hun eindproduct in door de URL naar hun Youtube video in een gezamenlijke Google Spreadsheet te plaatsen.

Tijdens het werkcollege zelf bekijken we elkaars video’s, bespreken het proces en geven we elkaar feedback. Daarnaast is er tijd voor mij als docent om aandacht te besteden aan gerelateerde onderwerpen, zoals het opnemen van screencasts, animaties en geavanceerde video-instellingen.

Wat is de winst?

Het heeft mij drie jaar geduurd om bij bovenstaande werkwijze uit te komen, maar dit jaar merk ik voor het eerst dat het idee van flipping the classroom winst oplevert! En dat gaat dus verder dan alleen een paar video’s beschikbaar stellen. Studenten komen, over het algemeen, goed voorbereid naar het werkcollege. Als ze dat niet doen, dan is precies inzichtelijk wie dat zijn, want ze hebben hun voorbereidende opdracht niet ingeleverd in het overzicht. Vervolgens moeten deze studenten alsnog de voorbereiding uitvoeren, voordat ze verder kunnen. Bovendien merken studenten dat het werkcollege weinig zin heeft als ze onvoorbereid zijn.

Niet alleen zijn de resultaten van de werkcolleges zelf beter dan voorgaande jaren, maar ook van de summatieve toetsing aan het eind van het blok. Over een directe correlatie durf ik mij niet uit te spreken, al heb ik het idee dat deze werkwijze tot nu toe tot meer tevredenheid heeft geleid bij zowel studenten als bij mijzelf.

Wat is het eindstation?

In grote lijnen ben ik dit studiejaar heel tevreden over mijn onderwijs. Toch ben ik nu alweer aan het kijken hoe volgend studiejaar één en ander weer beter kan. Hoe kan ik bijvoorbeeld meer tegemoet komen aan verschillen tussen studenten? Hoe kan ik hen meer eigenaar maken van hun onderwijs? Hoe kan ik explicieter de transfer van mijn werkvormen naar hun stagecontext (het basisonderwijs) maken?

Kortom, er zijn nog genoeg uitdagingen voor de komende jaren. Maar voorlopig heb ik het gevoel dat ik in elk geval op het goede spoor zit!

Wil je meer informatie over flipping the classroom?

Ondertussen is er veel goede informatie online beschikbaar over flipping the classroom. Zo is het boek Flip your classroom van Bergmann en Sams voor iedereen gratis te raadplegen. Hieronder staat dit boek, plus een aantal extra aantal bronnen, die goed van pas kunnen komen als je aan de slag wil met flipping the classroom:

Ken je Flipping the Classroom? Is het een middel dat je zou kunnen inzetten in jouw onderwijspraktijk? Hoe zou je dat aanpakken? Laat het ons weten in de reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *